Categorie archief: Achternamen

Verplichte Achternaam

Op 18 augustus 1811 werd iedereen in het Koninkrijk Nederland door de regering van Napoleon Bonaparte opgeroepen om zich met een achternaam te laten registreren bij het gemeentehuis. Dit was nieuw in Nederland. Want hoewel de meeste mensen in Nederland al wel een achternaam hadden, zorgde de Franse Keizer ervoor dat het in Nederland voor iedereen verplicht werd om een vaste achternaam te hebben.
napoleon
Napoleon voerde in Nederland in 1810 de Code Civil in. Deze verzameling wetten was in Frankrijk al sinds 1804 van kracht. De Code Civil was een gevolg van het invoeren van de Burgerlijke Stand. Deze bestond in Frankrijk al vanaf 1796. In Nederland werd de Burgerlijke Stand in 1811 geïntroduceerd. Hierbij hoorde een bevolkingsregister waarin de nieuw geborenen, de sterfgevallen en de huwelijken moesten worden gemeld.

Familienamen in verschillende delen van Nederland

In de Zuidelijke Nederlanden waren de familienamen al lange tijd gestandaardiseerd. Dit kwam omdat de Burgerlijke Stand in de Zuidelijke Nederlanden ook al in 1796 werd ingevoerd. Daar hoefde Napoleon dus weinig te veranderen. In de noordelijke provincies lag dit echter anders. Vooral op het platteland hadden de meeste mensen al wel familienamen, maar deze stonden niet of nauwelijks vast. Vaak werd een kind vernoemd naar zijn of haar vader, waardoor slechts één generatie dezelfde achternaam had. Om verwarring te voorkomen werd er soms nog een naam toegevoegd die verwees naar de herkomst van de familie. Als je van een boerderij kwam die “Achterdijk” heette, was de kans bijvoorbeeld groot dat er aan je naam “Van Dijk” werd toegevoegd.

Verplichting

Maar hoewel dit systeem op het platteland prima werkte, werden Nederlanders op 18 augustus 1811 via een speciaal decreet verplicht hun familienaam vast te leggen. Veel mensen bevestigden de achternaam die zij op dat moment gebruikten. Maar sommige mensen gaven geen gehoor aan deze opdracht. Daarom vaardigde de regering van Napoleon op 17 mei 1813 een nieuw decreet uit waarin gesteld werd dat iedereen op 1 januari 1814 toch echt verplicht was een achternaam te hebben. Uiteindelijk is er in 1825 nog een dergelijke oproep geweest, omdat nog steeds niet iedereen zijn of haar achternaam had laten registreren. Op dat moment was Napoleon overigens allang niet meer aan de macht, want na de val van de Franse Keizer in 1815  zwaaide koning Willem I de scepter in Nederland.

Mythe

Het verhaal dat mensen in Nederland, om het systeem van Napoleon te dwarsbomen, expres grappige of belachelijke achternamen kozen, is niet juist. Mensen hadden vaak al voor de tijd van Napoleon een achternaam. Dit kon een bijnaam zijn die een soort kenmerk van iemand beschreef. Deze kon humoristisch van aard zijn. Daarom lijkt het in sommige gevallen alsof mensen bewust een grappige naam kozen, terwijl ze deze naam daarvoor al droegen. Achternamen als “Poepjes” en “Naaktgeboren” zijn al ver voor 1811 in Nederland aangetroffen. “Poepjes” is hoogstwaarschijnlijk een verbastering van de Franse naam “Poppo”. Bij “Naaktgeboren” is de meest waarschijnlijke suggestie dat het een verbastering van de Duitse naam “Nachgeboren” is. Zeker zijn deze verklaringen echter allebei niet.

Decreet van Naamsaanneming (Napoleon, 18 augustus 1811)

In het Paleis van St. Cloud, den 18 Augustus 1811.
Napoleon, Keizer der Franschen, Koning van Italiën, Beschermer van het Rhijnverbond, Bemiddelaar van het Zwitsersch Bondgenootschap.
Op het rapport van onzen Groot-Regter Minister van Justitie;
Gezien ons Decreet van den 20 July 1808;

Onzen Staatsraad gehoord;

Hebben wij gedecreteerd en decreteeren het geen volgt: 

Art 1. De genen onzer onderdanen in de departementen van het voormalig Holland, der Monden van den Rhijn, der Monden van de Schelde en van het arrondissement Breda, welke tot dus verre genen vasten familienaam of voornamen hebben gehadt, zullen gehouden zijn, zodanigen, in den loop van het jaar der bekendmaking van ons tegenwoordig decreet, aan te nemen, en de opgave daarvan te doen aan den ambtenaar van den civielen staat der gemeente, alwaar zij woonachtig zijn. 

Art 2. De namen van steden zullen niet toegelaten worden als familie-namen. Als voornamen mogen worden aangenomen dezulke, die bij wet van den II germinal IIde jaar zijn toegestaan. 

Art 3. De maires, de opneming der inwoners hunner gemeenten doende, zullen gehouden zijn, te onderzoeken en ter kennis van het bestuur te brengen, of dezelve persoonlijk de bij voorgaande artikelen voorgeschreven voorwaarden hebben vervuld.

Zij zullen insgelijks gehouden zijn, de genen der inwoners van hunne Gemeenten, die van naam veranderd zijn, zonder zich te hebben gedragen naar de bepalingen van de bovengemelde wet van II Germinal IIde jaar, ter kennis van het bestuur te brengen. 

Art 4. Van de bepalingen van ons tegenwoordig decreet zullen uitgezonderd zijn dezulken onzer onderdanen van de departementen van het voormalig Holland, der Monden van den Rhijn, der Monden van de Schelde en van het arrondissement Breda, die bekende namen en voornamen hebben, en welke zij bestendig hebben gevoerd, al ware het, dat die namen en voornamen voortkomstig zijn uit die der steden. 

Art 5. De genen onzer onderdanen, in het voorgaand artikel vermeld, die hunne namen en voornamen willen behouden, zullen desniettemin gehouden zijn, dezelve op te geven, te weten: die, welke in bovengemelde departementen wonen, bij de mairie der gemeente, alwaar zij woonachtig zijn, en de andere, bij de zoodanige, alwaar zij voornemens zijn, hunne woonstede te vestigen: alles binnen den tijd, in art. 1 vermeld. 

Art 6. De familienaam, dien de vader, of, bij ontstentenis van dien, de grootvader van vaderszijde, verklaard heeft, te willen aannemen, of welke hem toegekend zal blijven, zal aan alle kinderen worden gegeven, die gehouden zullen zijn, denzelven te voeren en aan te nemen in de akten; ten dien einde zal de vader, of, bij gebreke van dien, de grootvader, de aanwezig zijnde kinderen en kleinkinderen in zijne opgave vermelden, alsmede derzelver woonplaats; en dezulke onzer onderdanen, die hunnen vader, of bij ontstentenis van denzelven, hunnen grootvader nog in leven hebben, behoeven slechts te verklaren, dat hij nog in leven is, benevens de plaats van zijn verblijf. 

Art 7. Zij, die de bij het tegenwoordig decreet voorgeschreven formaliteiten, en binnen den daar bij vermelden tijd, niet zullen vervuld hebben, en zij, die, in eenige publieke akte of onderhandsche verbintenis, willekeurig en zonder zich te hebben gedragen naar de bepalingen der wet van den IIden germinal IIde jaar, van naam veranderd zouden zijn, zullen overeenkomstig de wetten gestraft worden.

Art 8. Onze grootregter minister van justitie en onze minister van binnenlandsche zaken zijn belast, ieder voor zoo veel hem aangaat, met de uitvoering van het tegenwoordig Decreet, dat in het bulletin der wetten zal worden geplaatst. 

(get.) NAPOLEON
Van wege den Keizer,
de Minister Secretaris van Staat,
(get.) De Graaf DARU.”