Categorie archief: Leven en werken in Bantega

Tjitte Stegenga en Pietertje Stegenga

Tjitte Stegenga

tjitte

Geboren 11-10-1881
Van beroep boerenarbeider
Overleden 9-7-1965
Getrouwd 12-5-1905 met
Geeske Hoogeveen

geeske

Geboren  9-11-1878
Overleden 26-2-1960

Op 12 mei 1905 werd het huwelijk voltrokken tussen Tjitte Klaas Stegenga en Geesje Tiemens Hoogeveen. Dit echtpaar kwam eerst in Follega te wonen onder anderen ook op “Het hof van Holland” staande te Easterga. Tjitte werd geboren op 11 oktober 1881 te Echten, maar woonde later met zijn ouders Klaas Stegenga en Jantje Vledder in Echtenpolder aan de Ringvaart in een klein huisje, een zogenaamde turftent zoals er zoveel stonden in Echtenpolder nu Bantega. Die turftent of dat kleine huisje had in zijn geheel vroeger 45 gulden gekost. Het was van oudspul opgebouwd, afkomstig uit Oldeouwer. Het huisje stond op een strook onontgonnen land van ongeveer 2 hectare, welke ook het eigendom was van Klaas en Jantje. Helaas is Klaas Stegenga reeds jong overkeden op 45 jarige leeftijd en bleef zijn vrouw achter met een zevental kinderen. Zij moest dus zelf de kost verdienen voor haar gezin. Dit gebeurde op verschillende manieren. De oudste kinderen waren al vroeg de deur uit en verdienden hun eigen kostje en verder liep zij met “bollekorf” en was ze ook wel baakster. De bollekorf betekende, met bakkerswaren in een korf bij de deuren langs venten. Een vent vergunning was in die tijd nog niet nodig. Elk zag op zijn eigen manier aan de kost te komen. Jantje is later nog getrouwd geweest met jan Strampel, maar werd al snel voor de tweede keer weduwe. In het jaar 1911 kocht Tjitte van zijn moeder de strook woeste grond van 2 hectare en liet een nieuw huis bouwen van oude steen aan de Middenweg op deze strook.
2015-03-10 16.10.00
De stenen van dit huis welke afkomstig zijn van een schouwburg uit Amsterdam werden door hem gekocht van de veenbaas van Echtenpolder. Het huis bevatte een kamer met daarin twee bedsteden, waaronder een kelder, vervolgens een achterhuis, er was in in de ene hoek een schoorsteen voor de kookkachel en midden in het vertrek een trap of liever een ladder naar de zolder. Op de zolder waren ook twee bedsteden aangebracht. Vanuit het achterhuis kon men door een deur in de koestal komen. Het was slechts één stal voor twee koeien, acher de stal langs was een kleine koegang en dan was er nog een kleine ruimte over om wat hooi op te bergen. Het was dus eigenlijk een klein boerderijtje, of liever een huis met een ingebouwde stal. Het hele geval kostte Tjitte toen ƒ 1000,– en het land had hij van zijn moeder gekocht voor ƒ 750,00 in die tijd 1911 voor een arbeider veel geld. Zo trokken dan in 1911 Tjitte en Geesje in hun nieuwe huis in Echtenpolder.

Wat hebben Tjitte en Geesje gewerkt om hun huis en land boven water te houden en de kost te verdienen voor hun gezin. Drie kinderen waren inmiddels in Follega geboren, Jantje Tiemen en Corneliske, in Bantega zijn later nog vijf geboren: Pietje, Klaasje, Aaltje, Fintje en Leentje. Ook Geesje haar moeder, is nadat haar man gestorven was bij hen komen wonen. Dat was beppe Corneliske Pranger. Zij is daar ook overleden en stond opgebaard in de kamer, Tjitte en Geesje en hun kinderen woonden die paar dagen wel zolang in het achterhuis en de koestal. Tjitte was een werkman van de eerste soort. Van allerhande werk heeft hij gedaan. Hij pakte alles aan, als hij maar wat verdienen kon. In de zomer bij de boer en in de winter in het riet en kon men niet werken vanwege de vorst, dan gingen hij en zijn zoon Tiemen ’s avonds naar zee spieringvissen. De gevangen vis werd dan de andere dag weer aan de deur verkocht voor 10 cent het pond. Dan had men die dag toch nog een redelijke verdienste. Zo gingen Tjitte en zoon Tiemen vroeger in herfst ook altijd naar de klei om winteraardappels. Ze waren dan ongeveer een week van huis met de praam. Er zat een klein voorondertje in. Daar sliepen ze ’s nachts en over dag zorgden ze voor hun eigen potje. De heenreis ging over het Tjeukemeer maar de terugreis gingen ze binnendoor, de trekvaarten langs. Dan hadden ze een flinke vracht. Ze namen meestal zo’n 250 korf aardappels mee en dan nog wat kool, koolrapen en winterwortelen. Tiemen liep voor de praam te trekken en vader Tjitte bestuurde het vaartuig met behulp van de vaarboom. Als ze dan weer in Echtenpolder aankwamen, gingen ze direkt de bestelde aardappelen afleveren aan verschillende adressen en hielden dan hun eigen wintervoorraad over. Dat was dan hoofdzakelijk hun verdienste.

Naast zijn werk heeft hij ook nog 2 hectare land ontgonnen. Alles met de schop en met de kruiwagen. Ook daar heeft zijn zoon Tiemen meegeholpen. Moeder Geesje molk in de zomer in de hooitijd ook nog wel bij de boeren. Ze was een beste melkster. Twaalf of dertien koeien melken met de hand was haar de gang maar. Zij was een zeer vlug en bijdehand vrouwtje. Haar dochters dienden vroeger al gauw bij de boeren. Als zij van school kwamen, moesten zij zo gauw mogelijk zelf de kost verdienen en kwamen dan bij de boeren terecht. Dat kostte soms wel tranen, want als je immers 12 of 13 jaar oud bent, dan ben je nog een kind en kun je eigenlijk niet bij je vader en moeder vandaan. Maar de kinderen moesten wat verdienen. Het ging allemaal om den brode en men wilde graag vooruit komen in het leven. Vader en moeder konden na een welbesteed leven spreken van hun eigen bedrijfje. Zij konden een stuk of 3 koeien houden en wat jong vee op eigen land. Ook huurde Tjitte de bermen van de weg. Het gras van de bermen was voor een groot deel bestemd als wintervoorraad. In de dertiger jaren werd het huis een echt boerderijtje. Er werd toen een grotere stal en een schuur achter gebouwd. Beppe Jantje Stegenga- Vledder bleef haar hele leven in haar oude kleine huisje aan de ringvaart wonen. Ondanks de grote armoede en het vele verdriet dat zij in haar leven heeft meegemaakt, bleef zij een plezierige vrouw, die op tijd nog wel van een verzetje hield. Maar aan alles komt een eind zo ook voor haar. Na een ernstige ziekte overleed ze op 24 oktober 1940 in de ouderdom van 83 jaar. Ze werd begraven op de begraafplaats te Bantega.

Na haar dood werd het oude huisje aan de Ringvaart afgebroken. En ook hier kunnen we zeggen: men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer. In mei 1955 gingen Tjitte en Geesje naar Lemmer te wonen, het boerderijtje werd verkocht en er werd een huis in Lemmer gekocht. Samen met hun dochter Fintje die nog in huis was verhuisden ze dus naar Lemmer. Heel lang hebben ze niet van hun rust mogen genieten. Moeder Geesje overleed op 26 februari 1960 in de ouderdom van 81 jaar en vader Tjitte overleed op 9 juli 1965 in de ouderdom van 83 jaar. Beide liggen begraven op het oude Kerkhof te Lemmer. Toen Fintje op 4 november 2001 overleed is ze bij haar ouders begraven. Het huis in Lemmer wordt na die tijd bewoont door de kleindochter van Tjitte en Geesje (Ienigje en haar man, de dochter van Klaasje en Ane Marten de Vries).

(Bron: Leven in werken in het Bantega van Vroeger)

Klaas & Pietertje:

Klaas: geboren in Beetsterzwaag (04-10-1885) (in het tolhuisje aan de van Harinxsmaweg) is/was begonnen als bakkersknecht en heeft een tijdje zijn beroep in Oosterzee uitgeoefend, ik ga ervan uit dat hij daar kennis heeft gemaakt met Pietertje.  Hij is met Pietertje getrouwd op 10-05-1907 in Oosterzee.

Zij hebben vier kinderen gekregen te weten: Klaas (24-03-1908), Hijlke (07-05-1911), Jan Fokke (18-03-1921), Jelle (25-04-1924). Na hun huwelijk zijn ze in Ureterp gaan wonen waar de oudste zoon (Klaas) is geboren en zijn vervolgens naar Houtigehage verhuist. Mijn vader (Hijlke) en Jan Fokke zijn daar geboren en Jelle de jongste in of op de Boelenslaan (Surhuisterveen) geboren.

Pietertje heeft in Houtigehage een klein winkeltje aan huis gehad met schilderspullen, ze hadden kippen en een of twee koeien voor de eieren en melk voor eigen gebruik en voor de verkoop.

In 1933 zijn ze verhuist naar Vlieland.

Klaas is daar begonnen als bakkersknecht en heeft op Vlieland het Friese suikerbrood geïntroduceerd, naast het zijn van Bakkersknecht is hij ook actief geweest als (Huis)schilder en als arbeider (hand en span diensten).

Pietertje is overleden op 04-11-1964 te Vlieland, Klaas is overleden op 06-06-1974 te Vlieland)

 

 

Klaas (de oudste zoon) & Klaasje Klos (09-04-1904 te Dedemsvaart);

Klaas & Klaasje zijn getrouwd op 20-11-1947 te Avereest (Dedemsvaart).

Hebben geen kinderen, en zijn tot aan hun pensioenleeftijd op Vlieland gewoond. Daarna zijn ze naar Meppel verhuist waar ze ook zijn overleden. Klaas is overleden op 14-02-1986 te Meppel, Klaasje is overleden op 04-12-1999 te Meppel).

Klaas heeft als land- en strandwerker gewerkt op Vlieland, en had als bijbaantje kapper (alleen mannen, het al oude en bekende model, hij heeft mij ook een aantal keren geknipt).

Klaasje heeft lange tijd in bakkerswinkel gestaan als verkoopster. Van de familie Klos weet ik niets behalve dan dat een familie is van binnenschippers.

 

 

Hijlke en Theodora Elgersma (Thea) (31-07-1911, Amsterdam); (Mijn ouders)

Hijlke en Thea zijn getrouwd op 07-07-1938 te Vlieland, zij hebben drie kinderen gekregen te weten: Gretha, Klaas, Jacoba (Cobie), allen geboren op Vlieland.

Hijlke is (huis)schilder geweest. Was tot eind 1948 begin 1949 eigenbaas op Vlieland. Vervolgens in loondienst gegaan in Culemborg, Utrecht, Maarssen waar wij zijn opgegroeid.

Thea is huisvrouw geweest.

Hijlke is overleden op 15-02-1993 te Utrecht en Thea is overleden op 31-10-1998 te Maarssen.

 

Gretha (23-07-1941): Verpleegkundige; alleenstaand

Klaas (01-04-1945): elektronicus; getrouwd, drie kinderen

Cobie (20-10-1946): receptioniste, huisvrouw; getrouwd, twee kinderen

 

 

Jan Fokke en Grietje Bruinsma (28-11-1921, Drachten);

Jan Fokke & Grietje zijn getrouwd op 07-05-1943 te Vlieland, zij hebben twee kinderen gekregen te weten: Klaas Hijlke geboren op Vlieland en Johannes Jan geboren in Leeuwarden.

Jan was Strandwerker en vakbondsman.

Grietje was huisvrouw en zomers gastvrouw (zij hadden een eigen pension).

Jan Fokke is overleden op 04-02-2004 te Vlieland, Griet is overleden op 12-02-2015 te Vlieland.

 

Klaas Hijlke (03-07-1946): als waterbouwkundige betrokken bij het beheer van de Waddenzee, getrouwd, drie kinderen

Johannes Jan (01-04-1960): Timmerman, getrouwd twee kinderen, overleden op 05-11-2006 Drachten.

 

 

Jelle & Neeltje Trijntje Roos (Nelie) (17-02-1924 Terschelling);

Jelle & Nelie zijn getrouwd op 10-05-1951 te Vlieland, zij hebben vier kinderen gekregen te weten: Anne, Klaas, Ietje en Jilles alle geboren op Vlieland.

Jelle: chauffeur en bosarbeider hij heeft tot medio 1969 op Vlieland gewerkt en heeft daarna een werkplek op de wal verworven.

Nelie: huisvrouw, ze zijn beide actief geweest in het verenigingsleven.

Jelle is overleden op 04-08-1984 te Hoorn, Nelie is overleden op 08-06-2007 te IJmuiden.

 

Anne (08-06-1952): werkt op Schiphol bij dnata-cargo als medewerker Claims, alleenstaande

Klaas (28-12-1953): leraar, getrouwd, twee kinderen

Ietje (27-01-1957): Drogist, getrouwd, twee kinderen

Jilles (03-05-1961): getrouwd, twee kinderen