Durk Hooghiemster boer in de 19e eeuwse landbouwcrisis

Durk Hooghiemster boer in de 19e eeuwse landbouwcrisis
dhooghiemster3
Durk Herres Hooghiemster stamde uit een oud boerengeslacht.  Een voorvader van hem, Gerben Jans, werd reeds in 1640 genoemd als bewoner van de boerderij het “Heech-hiem” in de buurtschap Goïngahuizen onder Boornbergum. Durk Oenes (zijn grootvader) had in 1811 de familienaam Hooghiemster aangenomen. Durk Herres, geboren op 8 augustus 1848 te Goïngahuizen, had een oudere broer die volgens traditie de familieboerderij overnam. Zo kwam het dat onze Durk iets anders ging zoeken. Hij belandde op Asinga State en trouwde op 25 jarige leeftijd met de boerin! De boerderij Asinga ligt precies tussen de Wijde Steeg in Irnsum en de grote spoorbrug bij Grouw

(foto Asinga State)

Op 12 mei 1865 werd Klaas Baukes Boersma boer op Asinga State. Twee dagen daarvoor trouwde hij met Sietske Klazes Bergsma, een boerendochter uit Poppingawier, geboren 14 augustus 1843. Klaas Boersma was een broer van “earme” Antje Boersma. Hij was nog maar 32 jaar, toen hij in december 1870 overleed. Zijn 27-jarige weduwe bleef met drie jonge kinderen op de boerderij achter. Ruim 7 maanden na de dood van Klaas werd nog een dochtertje geboren, dat korte tijd later stierf.

Waarschijnlijk was Durk al enige jaren boerenarbeider geweest. Wellicht was hij aangesteld als bedrijfsleider op Asinga State. In ieder geval trouwde hij op 20 mei 1874 te Grouw met de vijf jaar oudere boerin-weduwe. Binnen één jaar werd hun eerste kind geboren. Daarna zouden er nog drie volgen. In 1880 werd in een acte van boedelscheiding bepaald dat de boerderij in de familie zou blijven en niet mocht worden verkocht voordat de kinderen van Bauke Boersma meerderjarig waren. Durk en Sietske hadden dus wel de inkomsten, maar niet het eigendom van de boerderij.

Uit haar eerste huwelijk had Sietske drie dochters en één zoon, uit haar tweede huwelijk precies omgekeerd: drie zoons en één dochter. De kinderen, die ze met Bauke Boersma had, bleven de rest van hun leven in Friesland wonen. Opvallend is dat alle kinderen uit haar tweede huwelijk met Durk Hooghiemster allen uiteindelijk buiten de provincie terecht kwamen.Tot het einde der vorige eeuw vond de zuivelbereiding op de boerderij plaats. Zo waren er in het begin van de zeventiger jaren wekelijkse botermarkten, ondermeer in Oldeboorn en Akkrum. Boter- en kaasmarkten werden gehouden in o.a. Grouw en Rauwerd. Alle vee- en graanmarkten meegeteld, waren er in die tijd 24 marktplaatsen in Friesland. De eerste Friese coöperatieve kaas- en boterfabriek werd opgericht in 1876 te Warga. Het dorp Irnsum volgde reeds in 1888 en één van de oprichters was Durk Hooghiemster. Uit familie-overlevering weten we dat Durk een echte paardenliefhebber was, die “nogal wat deed aan harddraverijen”. Of hij zelf meedeed is niet bekend. In de 19e eeuw was het harddraven van paarden hier de meest populaire sport, vooral bij de dorpskermissen. In ieder geval is Durk Hooghiemster altijd een echte levensgenieter geweest, die geen jaarmarkt oversloeg. Als hij “mei de frou yn’t gouden earizer” met de tilbury uitreed, kon het gebeuren dat hij vergat de hekken te sluiten. Het gevolg was dat men na thuiskomst het weggelopen vee op de wonderlijkste plekken terugvond…

De “Joustermerk” was van de grote jaarlijkse markten in Friesland wel één van de meest bezochte. Joure kreeg al in 1466 marktrecht en ruim vijf eeuwen later is de Joustermerk nóg een begrip. Uit “Honderd jaar Friese landbouw” van Pieter Terpstra: “Vooral de boeren en boerinnen werden, als ze na de Joustermerk terugkeerden naar hun boerderijen, langs de wegen opgewacht door zingende, juichende en roepende kinderen. De meisjes hielden de schortjes op en de jongens staken de handen uit, want heel wat boeren waren in een royale bui en hadden op de markt een hoeveelheid snoepgoed ingekocht om het aan de wachtende kinderen te geven.”

Durk’s beheer is niet erg gelukkig geweest, althans volgens zijn stiefkinderen. Ze vonden dat hij met zijn zijn vrolijke levensstijl goede sier maakte van hun erfenis… Het bleef hem niet voor de wind gaan, want in 1894 tekent Durk Hooghiemster een verklaring waarin hij afstand doet van “zijn vordering op de boterfabriek, wegens inleggeld voor 23 koeien, samen f 115, en zijn aandeel in de hengst te Irnsum voor f 25″. Het ligt voor de hand dat hij geld had geleend, wat hij niet meer kon terugbetalen.

Vanaf het midden der 19e eeuw had de boerenstand een jarenlange bloeiperiode gekend, tot een enorme teruggang daaraan een einde maakte. De grote agrarische crisis die West-Europa trof, begon omstreeks 1878. Boeren die kort geleden nog rijk waren geweest konden het hoofd niet meer boven water houden en het platteland verarmde… Pas na 1895 zou er weer sprake zijn van een opgaande lijn in de agrarische economie. In de nadagen van deze crisis viel voor Durk Hooghiemster het doek, want op 8 juni 1895 moest hij de imposante boerderij verruilen voor een winkeltje in Irnsum. De eigenaar hiervan was Doeke Boersma, die ook in andere plaatsen kruidenierswinkels bezat.

Durk bleef een vrolijk mens, die zijn aard niet verloochende. Kinderen die om een boodschap kwamen stopte hij royaal snoep toe. Over winst en liquiditeit bekommerde hij zich niet. Hij is ook nog cafehouder geweest in “De Gouden Leeuw”. Het echtpaar Hooghiemster bleef in Irnsum wonen, en Durk maakte later plezier met zijn kleinkinderen. Sietske overleed in het ziekenhuis te Leeuwarden, 77 jaar oud. Durk Hooghiemster is 79 jaar geworden, en begraven naast Sietske en haar eerste man. Na zijn dood werd Durk Hooghiemster omschreven als “een wat romantische figuur die met iedereen kon opschieten en ieders achting genoot”. Een financieel genie is hij nooit geworden, zodat de notaris zijn erfgenamen adviseerde de nalatenschap te verwerpen…

Bron: www.Irnsum.nl (Dhr. Schouwstra)

Geef een reactie